Harry Koekoek.

Er was eens een vogeltje dat eenzaam in het nestje zat, het groeide als kool en het kleine nestje werd al snel veel te klein.
Harry, want zo hadden vader en moeder hem genoemd, Harry voelde zich eenzaam hij had helemaal geen broertjes en zusjes om mee te spelen, de ouders van Harry vlogen af en aan en tijd voor een praatje hadden ze niet, ze zaten hem maar vol te proppen met de lekkerste hapjes, hap, slik en weg was het hapje, en weg was pa of ma op zoek nar meer.
Op een dag kwam papa veel aangevlogen met ene lekker hapje tussen zijn snavel. Harry had altijd honger en nooit was het genoeg, maar goed toen pa op het nest lande viel het uit zijn snavel op de rand van het nest, het hapje kwam snel tot leven en begon meteen te rennen over de rand van het nest het ene na het andere rondje.
Na een aantal rondjes stopte het zo snel als het begonnen was, Harry keek vol verbazing naar dit gebeuren, zijn kleine maaltijd, pffffffffffff……pffffff als een stoomlocomotief, toen keek het recht in de ogen van  Harry, “ga je me opeten?’ vroeg het kleine groene ding met een piep stemmetje, maar pas toen het op adem was gekomen.
Harry keek verbaast naar dat groene ding dat tegen hem sprak, “ben jij ook een vogel?”  vroeg hij.
Het groene ding keek naar Harry en toen naar zichzelf en dat deed hij een paar keer  “ehm, ik denk het niet!”.
“Wat ben je dan wel?” vroeg Harry.
Ik ben een Willie Sprinkhaan, aangenaam om kennis te maken,  toen maakte hij een lange neus, en riep heel hard, ajuus domme KOEKKOEK! en meteen was hij met een grote sprong  in het niets verdwenen!
Harry bleef vol verbazing achter, en vanaf nu keek hij eerst naar de hapjes die pa en ma kwamen brengen voordat hij het op at.

Geschreven door Henk op 07-11-2017