Een schoen verteld

 

 

Ik stond te pronken in de etalage;

tentoongesteld als voetenemballage.

Samen met mijn rechter tweelingbroer;

met onze hakken omhoog heel stoer.

 

Ja het gaat zo als het gaat,

wij werden met liefde gemaakt in de Langstraat.

Mijn rechter tweelingbroer die was het eerste klaar

en toen kwam ik;  samen vormden wij een paar.

 

Daarna gingen wij op reis in een schoenendoos .

De reis duurde een hele poos,

de auto was met ons naar hoofddorp gegaan

stopte voor een schoenwinkel in de Raadhuislaan.

 

Daar in werden wij gedropt

en gelijk in de etalage gestopt.

Daar stonden wij te pronken

en naar gegadigden te lonken.

 

Dan komt er zo`n oud, vadsig heerschap binnen

en zet op ons gelijk zijn zinnen.

Hij gaat zitten heel pontificaal;

roept dan amicaal.

 

"Joho; zeg schone brunette,

wil je mij die schoen even voor zetten?"

De winkeljuffrouw verkleurd heel rood

en zet mij, woest voor die vent zijn linker poot.

 

Wat dan gebeurd wil je niet weten,

van afgrijzen begin ik te zweten

die snob; die trok onder gepuf en gefluit,

alle twee zijn schoenen uit.

 

Door een zweetvoetenwalm werd hij omweven,

heel de zaak was gelijk vergeven

en terwijl hij zijn voet in mij stak

ging ik haast over mijn hak.

 

Nee dit was voor mij als schoen,

heus niet om te doen.

Mijn rechter tweelingbroer werd er bij gepakt

en voor die snob, neer gekwakt.

 

Hij keek mij hakhalzend aan,

terwijl de juffrouw weer snel was weg gegaan.

Zij was heus wel wat gewend,

maar deze lucht was ongekend.

 

Toen hij ons beiden had aangedaan,

ging hij goedkeurend in ons staan.

De veters krulden van de stank

en onze zolen; werden zo hard als een plank.

 

"Joho; zeg schone brunette,

wilt u mijn oude schoenen even weg zetten?

Ik houd ze gelijk maar aan, deze molières * 

en begeef mij zo naar de caissières."

 

Och meneer het is mij om het even

maar wilt u ze bij uw thuis een plaatsje geven

want door deze penetrante geur, 

komt er geen klant meer door de deur.

 

De oude snob

haalde verongelijkt zijn schouders op

en ging. ( na betaald te hebben aan de kassa ).

Een ieder wuifde ons toen na.

 

Achter ons werd tot en met

de ganse schoenenzaak ontsmet.

al geeft men `t  predikaat koning aan elke klant

aan zo`n geur heeft men toch het land.

 

Het was voor ons als schoen,

ondoenlijk om zo ons werk te doen.

Van de stank krompen wij in elkaar

na een wijle verscheen reeds de eerste blaar.

 

"Joho ik mag één ding hopen,

dat ik mijn molières snel heb uitgelopen."

Ik keek mij broer eens aan.

"Hoe lang zal hij op ons nog kunnen gaan?"

 

"Och lieve linker tweeling broer;

al is die snob nu nog zo stoer,

het gaan wordt voor hem een hele toer.

Zelfs op molières is en blijft hij toch een boer.

 

Mijn tweelingbroer die had het goed

hij kreeg te veel blaren aan zijn voet.

"Joho O ... Oh mijn oude kisten met stalen neus,

zijn voor mij toch de beste keus."

 

"Die molières zijn de miskoop van `t jaar,

er is geen reden dat ik ze nog langer bewaar.

Mijn kistjes zullen mij gerieflijker thuis brengen."

Dus uit met die krengen.

 

zo eindigt mijn verhaal zo als `t begon

 en staan wij nu in de etalage te koop als occasion.

We waren verlost van die enge vent.

Dus kwam aan dit verhaal toch een happy end!!!

 

 

Einde.

 

 

 

Terug Naar Rijmelarij